Skip to main site content

Jongeren empowerment

Hoe je jongeren effectief bereikt met visuele onderzoeksmiddelen

Geschreven door: Zoë Sluisdom en Anneke Ykema

29 juli 2026

Wat jongeren ons leerden over ontwerpen

We horen het regelmatig: “Jongeren zijn lastig te bereiken.” Na vijftien jaar werken met jongeren geloven wij daar nog maar weinig van. Integendeel. Ze staan niet altijd te springen, maar vaak zien we dat ze vooral afhaken door de manier waarop volwassenen hen proberen te betrekken.

De afgelopen jaren voerden we met Afdeling Buitengewone Zaken ontwerpend onderzoek uit met jongeren in uiteenlopende contexten. Van jeugddetentie, mentale gezondheid en onderwijs tot schuldenproblematiek. Elk onderzoek had een andere aanleiding: een doorbraak was vereist in een vastzittend vraagstuk of vanwege behoefte aan inzicht in de leefwereld van jongeren. Ons proces hierin kenmerkt zich door de jongeren centraal te stellen in het onderzoeksproces. Diepgaande gesprekken, het voorleggen van nieuwe ideeën of oefeningen om gedachten te structureren. De middelen die we inzetten, noemen we ‘visuele onderzoeksmiddelen’. Het testen en samen met de jongeren verder ontwikkelen van deze middelen gebeurt in een ontwerpend onderzoek niet één keer, maar telkens opnieuw.

Wat die visuele onderzoeksmiddelen zijn varieert van kaartensets en spellen tot prototypes, objecten en interactieve werkvormen. Middelen die jongeren helpen om ervaringen zichtbaar te maken, keuzes te verkennen of samen oplossingen te ontwerpen.

Tijdens dat proces zagen we patronen ontstaan. Jongeren reageerden vaak verrassend hetzelfde op bepaalde ontwerpkeuzes. Waarom voelde het ene onderzoeksmiddel uitnodigend en het andere juist afstandelijk? Waarom werkte een speelse vormgeving beter bij een gevoelig onderwerp? En waarom leverde een kleine aanpassing in taal of interactie soms veel diepere gesprekken op?

Door deze ervaringen naast elkaar te leggen, ontstonden praktische ontwerpkeuzes die helpen om visuele onderzoeksmiddelen beter aan te laten sluiten op de leefwereld van jongeren.

We blijven deze ontwerpkeuzes voortdurend toetsen en aanscherpen. Iedere doelgroep, context en maatschappelijke uitdaging vraagt namelijk om andere prioriteiten. Een onderzoeksmiddel voor jongeren in een justitiële jeugdinrichting vraagt iets anders dan een werkvorm voor mbo-studenten of een co-creatie sessie op een middelbare school.

In deze blog delen we een aantal van de belangrijkste ontwerpprincipes die we de afgelopen jaren samen met jongeren hebben geleerd, steeds aangevuld met ontwerpkeuzes en voorbeelden uit de praktijk.

Waarom ontwerp ertoe doet

Wanneer we onderzoek doen met jongeren, ontwerpen we met veel aandacht de onderzoeksvragen die we stellen. Maar daar stopt het niet. We ontwerpen met net zo veel aandacht ook de manier waarop jongeren hun ervaringen kunnen delen. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar in de praktijk bepaalt het vaak hoeveel ruimte jongeren ervaren om hun inzichten en ervaringen te delen.

Bij maatschappelijke vraagstukken vragen we jongeren vaak naar ervaringen, emoties of situaties die lastig onder woorden te brengen zijn. Een klassiek interview of vragenlijst levert dan vaak andere inzichten op dan een onderzoeksmiddel waarmee jongeren kunnen kiezen, bouwen, tekenen, reageren of situaties kunnen herkennen. Het onderzoeksmiddel wordt daarmee onderdeel van het gesprek, in plaats van alleen een manier om antwoorden te verzamelen of in te vullen.

Binnen ons domein ‘Jongeren Empowerment’ ontwerpen we daarom bewust visuele onderzoeksmiddelen. We geloven namelijk heilig dat beelden, objecten en interactie helpen om ervaringen zichtbaar te maken die tijdens een regulier gesprek vaak verborgen blijven. Ze kunnen herinneringen oproepen, abstracte onderwerpen concreet maken en jongeren helpen woorden te geven aan iets wat ze anders moeilijk zouden kunnen uitleggen. Want zeg nou zelf, kon jij voor al je gevoelens en ideeën de juiste woorden vinden toen je jong was?

We zien keer op keer dat de vorm van een onderzoeksmiddel invloed heeft op de bereidheid van jongeren om mee te doen. Binnen enkele seconden maken zij een afweging: is dit voor mij, begrijp ik dit en wil ik hier tijd aan besteden? Wanneer een middel ingewikkeld, afstandelijk of institutioneel aanvoelt, is de kans groot dat jongeren afhaken voordat het gesprek überhaupt begonnen is. Met als gevolg dat je geen inzichten voor je onderzoek krijgt, en zij zelf ook niet geholpen zijn. Andersom kan een vormgeving die aansluit bij hun leefwereld juist nieuwsgierigheid opwekken, vertrouwen creëren en het makkelijker maken om ervaringen te delen.

Onderzoeksmiddelen vs. communicatiemiddelen

Binnen ontwerpend onderzoek maken we onderscheid tussen een onderzoeksmiddel en een communicatiemiddel. Een onderzoeksmiddel helpt om inzichten over je doelgroep op te halen. Het is een middel waarmee jongeren kunnen onderzoeken, ervaren, kiezen, reageren of creëren. Denk bijvoorbeeld aan een kaartenset waarmee jongeren ervaringen ordenen, een spel dat een gesprek op gang brengt, een prototype waarop zij kunnen reageren of een interactieve werkvorm waarin zij samen oplossingen ontwerpen.

 

Een communicatiemiddel heeft een ander doel. Dat gebruik je om informatie aan jongeren over te brengen, resultaten te delen of hen ergens voor uit te nodigen. Denk aan een poster, flyer, campagne of wervingsmiddel. In de praktijk lopen deze twee werelden voortdurend in elkaar over. Een onderzoeksmiddel communiceert namelijk ook. Nog voordat een jongere de eerste vraag heeft gelezen, vertelt de vormgeving al iets. Over wie de afzender is. Over hoe serieus of veilig een onderwerp voelt. En over de vraag of iemand denkt: is dit voor mij bedoeld?

 

Andersom zien we dat communicatiemiddelen die we inzetten regelmatig (ook) een onderzoekende functie krijgen. Een eerste handreiking om jongeren te betrekken bij ons onderzoek, leert namelijk meteen welke vorm wel of niet aanspreekt. We geloven dat die grens daarom niet zwart-wit is. Dat betekent voor wat we doen en onderzoeken dat we net zo zeer aandacht geven aan de vormgeving van onze communicerende uitingen – als aan de onderzoeksmiddelen.

Ontwerpen vanuit jongeren belangrijk vinden

Voordat je een visueel onderzoeksmiddel ontwerpt, is het belangrijk om te begrijpen waar jongeren waarde aan hechten. Een onderzoeksmiddel sluit namelijk niet vanzelfsprekend aan omdat het er ‘jong’ of ‘hip’ uitziet, maar omdat het aansluit bij de manier waarop jongeren zichzelf en hun omgeving ervaren.

In onze projecten zien we steeds dezelfde waarden terugkomen. Jongeren willen autonomie ervaren, zichzelf kunnen uiten en zich serieus genomen voelen. Ze zoeken naar herkenning in situaties en ervaringen, niet per se in personen. En misschien wel het belangrijkst: ze prikken snel door iets heen dat niet oprecht voelt. We ervaren in onze onderzoeken dat authenticiteit echt een voorwaarde is om vertrouwen op te bouwen.

Deze waarden vormen voor ons het vertrekpunt van ieder visueel onderzoeksmiddel. Iedere ontwerpkeuze, van vormgeving en taal tot interactie, toetsen we aan dezelfde vraag: Helpt deze keuze jongeren om zich veilig, serieus genomen en betrokken te voelen? En de uitkomst is elke keer anders, het betekent niet dat er één ‘jongeren-font’ is of kleurenset. 

Elf ontwerpprincipes voor ontwerpen voor jongeren

Alle lessen die we de afgelopen jaren op hebben gedaan, hebben we doorvertaald naar elf ontwerpprincipes. Een verzameling richtlijnen die we gebruiken als praktische lessen om onderzoek- en communicatiemiddelen voor jongeren effectief te begeleiden. We lichten er hier vier uit. Wil je ze alle elf ontvangen? Vraag dan de .pdf aan bij Anneke@afdelingbuitengewonezaken.nl.

1. Maak de persoonlijke relevantie zichtbaar

Ontwerpkeuze

Laat vanaf het begin zien waarom deelname waardevol is voor de jongeren.

Effect voor de jongere

Jongeren zijn eerder bereid om mee te doen wanneer ze begrijpen waarom een onderwerp relevant is voor hun eigen leven. Wanneer de persoonlijke waarde ontbreekt, neemt de motivatie snel af.

“Ik denk graag mee over dingen die mij nu aanspreken.”

“Als ik andere jongeren hierbij kan helpen dan denk ik graag mee”

Toepassing in de praktijk

Bij maatschappelijke thema’s beginnen we daarom niet met beleidsvragen, maar met herkenbare situaties uit de leefwereld van jongeren. Zo startten we gesprekken over financiële gezondheid niet vanuit schulden of gokken, maar vanuit keuzes rondom Klarna, sneakers of online aankopen. We gebruiken herkenbare verhalen en ervaringen, Vanuit die herkenning ontstaat ruimte om het grotere vraagstuk te verkennen.

Voorbeeld

  • Ik moet hier denken aan cashco: we hebben het niet over schulden of gokken maar over klarna of “die vette sneakers die je wil kopen” oid. Misschien niet heel sterk. 
  • LOBBY, Het systeem kan beter, en jij mag vandaag vanuit de ontwerpersrol meedenken om het beter te maken
  • OCW jongerenparticiaptie, je kan advies geven aan de mensen die de regels bepalen.
Afdeling Buitengewone Zaken - Anneke - Vierkant

Anneke Ykema

29/07/2026