Open huis, open geest: hoe musea stapsgewijs het hart van de samenleving worden

De nieuwe museumdefinitie van de ICOM schetst een prachtig beeld van het museum als een plek van burgerlijk samenkomen waar actuele maatschappelijke thema's aan de kaak worden gesteld. Op het eerste gezicht kun je het er bijna niet mee oneens zijn: het museumplein als utopische bundeling van agora, arena en forum. Woodstock meets het Plein van de Hemelse Vrede, het Binnenhof op het Malieveld. Maar hoe vertaal je zoiets naar de dagelijkse museale praktijk? Wij denken dat Service Design Thinking hier goede handvatten voor biedt.

Open huis, open geest: hoe musea stapsgewijs het hart van de samenleving worden

“Inclusie kun je ontwerpen”

Hans Gubbels (Museumplein Limburg) tijdens het Museumcongres in Kerkrade

Van oudsher zijn musea tempels voor bijzondere en mooie dingen die je een glimp laten opvangen van het heden, verleden of de toekomst. Een nieuwe (maar nog omstreden) definitie, voorgesteld door de Internationale Raad van Musea (ICOM), geeft nieuwe richting aan oude idealen: musea staan midden in de samenleving en nemen stelling in maatschappelijke ontwikkelingen. Ze vertellen verhalen en belichten die vanuit verschillende kanten. Ze dragen bij aan menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid, mondiale gelijkheid en wereldwijd welzijn.

Voor veel musea in Nederland is dit al bekend terrein: ze openen hun deuren voor iedereen, treden met regelmaat buiten hun muren en durven gevoelige onderwerpen aan te snijden voor een breed publiek. Maar tegelijk is deze openheid nog geen core business. Hoe kun je ervoor zorgen dat deze open houding doordringt in alles wat je als museum aanpakt?

De mythe van het briljante idee

Als ontwerpstudio heeft Afdeling Buitengewone Zaken (A/BZ) dagelijks te maken met deze sociaal maatschappelijke vraagstukken. Of het nu gaat om gendergelijkheid, klimaatverandering of schulden: we pakken ze aan door structuur te geven aan het creatieve proces. We rekenen daarbij af met de mythe van het creatieve genie met een briljant idee. Sociaal maatschappelijke vraagstukken zijn namelijk taai, complex en bovendien veranderlijk. Er is simpelweg teveel informatie om te verwerken en de complexiteit van de omgeving is zo groot dat een allesomvattend idee onmogelijk is. Bovendien zal ieder groots idee te laat gerealiseerd worden: de realiteit haalt het idee altijd voor de finish in. De werkelijkheid is dat de meest vernieuwende concepten voortkomen uit een proces van onderzoek waardoor potentieel invloedrijke ideeën worden geïdentificeerd en ontwikkeld voordat ze worden gerealiseerd.

Laten we dat genie daarom even opzij zetten en het idee van design thinking introduceren. Een mensgerichte benadering van probleemoplossing waarbij het leerproces voorop staat.

De krachten gebundeld

“Wat kan service design thinking betekenen voor de museumwereld?”, vroegen Erik van Tuijn BLIJSTIFT en Jeffrey Braun (A/BZ) zich af. Ze leerden elkaar kennen bij Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, waar Erik specialist Living Labs was en samen met Afdeling Buitengewone Zaken een drietal experimenten uitvoerde om op een nieuwe manier het publiek te betrekken bij actuele vraagstukken.

Nu bundelen ze hun krachten opnieuw. Erik heeft jarenlange ervaring in de culturele sector en snapt hoe musea denken en innoveren er werkt. Jeffrey heeft als medeoprichter van A/BZ bij talloze organisaties de design thinking mindset laten landen. Samen hebben ze de kennis en de kunde om musea te helpen bij het verwezenlijken van hun maatschappelijke ambities.

“Musea voelen écht de urgentie om hier iets mee te doen, maar het zijn complexe en soms licht-ontvlambare issues die geen pasklare oplossingen hebben.”

Jeffrey: “Onze initiële aanname was dat service design thinking een effectieve en passende methode is om mensen en musea sterker en blijvender met elkaar te verbinden, specifiek als het gaat om maatschappelijke vraagstukken.” Erik vult aan: “Het politieke en maatschappelijke debat is sterk gepolariseerd, denk aan Zwarte Piet, de Gouden Eeuw-discussie en de stortvloed aan protesten van de laatste maanden. Musea voelen écht de urgentie om hier iets mee te doen, maar het zijn complexe en soms licht-ontvlambare issues die geen pasklare oplossingen hebben.”

En daarbij: om een ergens verschil in te kunnen maken zul je je nek moeten uitsteken, en dat voelt kwetsbaar. Je zult als museum dus een manier moeten vinden die bij je past én waarmee je concrete stappen kunt zetten in de richting van je doel. Je zult steeds net buiten je comfortzone opereren. Jeffrey: “Wij weten dat service design thinking daar heel goed bij kan helpen, maar als ontwerpers willen we eerst weten hoe musea daar zelf naar kijken, om te achterhalen hoe we ze het beste kunnen helpen.”

Lees hier meer over hoe we dat doen bij A/BZ.

Eat our own dogfood

Tijdens de eerste fase van het service design thinking proces ga je op bezoek bij je doelgroep. Wie zijn ze, wat zijn hun behoeften en wensen, welke taal spreken ze? Waar lopen ze tegenaan? En last but not least… waar kom je ze tegen?

Jeffrey: “Geheel volgens de A/BZ-traditie zijn we die zoektocht gestart door direct met onze ogenschijnlijke doelgroep in gesprek te gaan. We hebben kaarten gekocht voor het Museumcongres en zagen dat de sprekers en onderwerpen pasten bij onze vragen: hoe kun je als museum unusual suspects betrekken, inclusie en diversiteit in de praktijk brengen, en je openstellen voor ‘de ander’ ook als je het niet met ze eens bent?” Tijdens onze gesprekken op het congres werd duidelijk dat musea heel goed doorhebben dat een ‘goed gesprek’ op gang brengen en houden onderdeel is van de museale taak. Ook is er een groeiend besef dat je het ontstaan van zo’n dialoog niet aan het toeval kunt overlaten. Tegelijkertijd is er ook schroom, want: hoe pak je je rol? Wat roep je over jezelf af?

Lees hier het beeldverslag dat BLIJSTIFT maakte van het Museumcongres.


Comfortabel zijn met oncomfortabel zijn

Mitchell Esajas (The Black Archives, Kick Out Zwarte Piet) vatte het op het Museumcongres samen in een paar goede oneliners: “Inclusie zou geen doel moeten zijn, maar een gegeven”, hield hij het veld voor, en “get comfortable being uncomfortable”.

“Je leert hoe je stapsgewijs je doelgroep kunt betrekken bij het oplossen bij de moeilijkste maatschappelijke vragen en uitdagingen.”

“Dat is ook de kern van service design thinking, en die benadering kan in de culturele sector inderdaad een positief verschil maken”, zegt Erik. “Je wordt uit je ivoren toren geholpen, omdat deze methode altijd van buiten naar binnen werkt. Je leert hoe je stapsgewijs je doelgroep kunt betrekken bij het oplossen bij de moeilijkste maatschappelijke vragen en uitdagingen.” Jeffrey: “Ontwerpen is stappen durven te zetten in de wetenschap dat je altijd te weinig informatie hebt. Je leert je doelgroep kennen, ontdekt nieuwe aanknopingspunten en zet inzichten om in ideeën. Je leert hoe je ervaringen en gesprekken kunt ontwerpen zodat je betere en beter bruikbare antwoorden krijgt op de vragen waar je je het meest onzeker over voelt. Zo neemt service design thinking een beetje van de spanning weg die hoort bij het opzoeken van het onbekende.”

Jeffrey Braun (links) en Erik van Tuijn (rechts) op het Museumcongres

Open huis, open geest

Schroom kan overwonnen worden door je te beseffen dat je kunt ontwerpen voor een goed gesprek. Wanneer een thema lastig is of zelfs gevoelig, dan heb je al snel de neiging om juist niet naar buiten te stappen, dan ga je voorzichtig doen. Je treedt pas naar buiten wanneer je voldoende vertrouwen hebt in je standpunt. Maar daardoor is je resultaat vaak hit or miss. Jeffrey: “Wij zeggen juist: ga vooral naar buiten of gooi de deuren van je ‘huis’ open, maar begin tegelijkertijd niet te groot. Leer gaandeweg de juiste vragen te stellen. Houd je geest open en ga het gesprek aan, ook omdat jouw standpunt er minder toe doet dan je denkt. Je standpunt is een aanname, en hoe verder uitgewerkt de aanname voordat je deze deelt met anderen, hoe moeilijker het is om er afscheid van te nemen. Je aanname staat dan een goed gesprek en een echte connectie met anderen in de weg.”

Erik: “Musea ontwikkelen publiekspresentaties, daar zijn we supergoed in. We zijn sterke verhalenvertellers, denken goed en lang na over de nuances. Maar we treden in de regel pas naar buiten met onze presentaties als als we er ‘tevreden’ mee zijn. Ik vraag me wel eens af: als we nooit op ontdekkingstocht gaan en ons openstellen voor ‘unusual suspects’, vertellen we dan niet steeds dezelfde verhalen voor dezelfde mensen?”

Ook klein beginnen met een groots onderwerp?