Waarom de interactieve democratie geen technologisch antwoord nodig heeft

Jeffrey Braun, 01 Maart 2016

Als onderzoeker en ontwerper van producten, diensten en systemen heb ik dagelijks te maken met nieuwe technologieën, veranderingen in onze samenleving en de bijbehorende ideëen van klanten. Onze klanten in spé zien dat er iets groots te gebeuren staat en zijn bang de boot te missen die dikwijls de haven al half uitgevaren is. Vaak ligt het gewenste antwoord al stellig in de vraag vast: ze willen een app of een slimme variant op een product. Een deel van de klanten die bij ons aankloppen bestaan uit overheidsinstellingen die met de hete adem van de interactieve dynamische democratie in hun nek naarstig op zoek zijn naar juiste oplossingen.

In mijn eigen wijk in Rotterdam, het Nieuwe Westen, wordt eens in de zoveel tijd gevraagd naar de mening van de bewoners en de ondernemers op het gebied van veiligheid en leefbaarheid in de wijk. Burgemeester Aboutaleb zit dan op een avond samen met de politiechef van Rotterdam, de hoofdofficier van justitie en de directeur van de directie Veiligheid aan een tafel. Ze horen en vertellen wat zij en anderen in de stad hebben gedaan om de veiligheid te verbeteren. Op die avond wordt in een twee uur durend programma ingegaan op de leefbaarheid van de wijk en ruimte geboden aan bewoners en ondernemers om ook hun mening te geven. Kleine knopen worden die avond doorgehakt en omgezet in gemeentelijke actie.

Die vergaderingen zijn gelijk onderdeel van het probleem. Vertel de bewoners van het Nieuwe Westen namelijk niks over actie. Het is 1989 als Koos Hooijmaijers, gefrustreerd door de passieve en agressieve houding van zijn straatgenoten tijdens een bewonersavond, zelf dertig bezems koopt en ze uitdeelt in de straat. De Opzoomerstraat, destijds geteisterd door geplande sloop, ongure types, kapotte lantaarnpalen en afval, wordt vanaf dan elke dag eigenhandig schoongeveegd. Wanneer hij even later samen met een aantal actieve bewoners subsidie aanvraagt bij de gemeente om geraniums te kopen wordt de gemeente wakker. Heel Rotterdam raakt aan het ‘opzoomeren’ en niet veel later wordt het begrip zelfs opgenomen in het woordenboek: onlosmakelijk verbonden met het verbeteren van de leefbaarheid door de bewoners zelf.

Koos Hooijmaijers in zijn Opzoomerstraat in 2008. — Foto: AD, Sanne Donders (2008)

Het is 2008 als de dan 79-jarige Koos wordt geïnterviewd door het Algemeen Dagblad en hij zijn ongenoegen over het huidige opzoomeren uit: het is zodanig omarmd door de gemeente dat het een middel is geworden waarin burgers steeds minder in te brengen hebben. De afwachtende houding van de bewoners is weer terug.

In Amsterdam-West worden wijkvergaderingen zoals die van burgemeester Aboutaleb maar mondjesmaat bezocht, en vaak door een vaste schare fans die geen moeite heeft met stevig debatteren. De bevolkingslaag die het meest moet worden gehoord en gesteund, laat zijn gezicht niet zien. Het is een te grote ver-van-mijn-bed-show voor ze. De kloof tussen overheid en bevolking lijkt onnodig groot.


Agile design thinking pilot

Buurtbijeenkomst t.b.v. selectie en plaatsing van kunst in een park nabij de Amsterdamse Houthavens. — Foto: Afdeling Buitengewone Zaken (2015)

De gemeente Amsterdam-West, met ruim 140.000 inwoners net iets kleiner dan ’s-Hertogenbosch, klopt halverwege oktober 2015 bij mijn ontwerpstudio aan. De Piratenpartij is een van de leveranciers van volksvertegenwoordigers en zij broeden al een tijd op een verrijkende digitale participatietool waarmee ze strijden voor meer burgerinspraak en een directere democratie. Met druk op de ketel wil de gemeente graag eerst onderzoeken hoe en in welke vorm de participatietool het beste aansluit bij de bewoners. We zijn enthousiast en vatten met een klein vooruitstrevend team binnen de gemeente het plan op om samen de wijken in te gaan, met bewoners te praten en te onderzoeken welke personen welke rol spelen en wat de behoeften en wensen nu precies zijn. Aan het einde van het traject leggen we door onze manier van werken waardevolle aanknopingspunten in het volledige systeem van activiteiten, middelen en personen bloot die aantonen dat er naast de juiste inzet van de participatietool nog veel meer te verbeteren valt. 

Op de eerste dag starten we echter met de kennismaking van de organisatie van de gemeente Amsterdam-West. De presentatie om alleen al de structuur helder uiteen te zetten duurt ruim een uur en laat ons met meer vragen achter dan antwoorden. Als het ons tijdens deze vergadering al niet lukt, hoe moet een goedgemutste burger dan weten bij welke buurtambassadeur, wijkmascotte of straatcoach zij moeten aankloppen voor het juiste potje? En welke potjes zijn er eigenlijk allemaal? Hoe gaat een digitale tool die complexe situatie oplossen?

Een aantal dagen daarvoor zijn we net klaar met een flinke opdracht bij Provincie Noord-Brabant. Daar werkt een speciaal daarvoor aangesteld team al een tijd aan de in 2018 op te leveren Omgevingsvisie. In dat jaar moeten ze een rits aan wetgeving en regels vervangen voor één heldere visie, de Omgevingswet. Die wet draait om de ideale fysieke leefomgeving. De Brabantse ambitie is om deze visie praktijkgericht te ontwikkelen, samen met haar inwoners. De provincie vraagt ons om een app te ontwikkelen waarmee vragen kunnen worden gesteld aan alle Brabanders, maar tijdens onze pitch komen we met iets heel anders: een verplaatsbare houten belichaming van het democratisch proces waarmee ze tijdens de Dutch Design Week met de Brabander in een persoonlijk gesprek kunnen raken. We proberen zo uit te zoeken welke vragen we nu precies moeten stellen en waar en op welke schaal de behoeftes liggen. Ook zijn we benieuwd welke blokkades we in het traject tegenkomen. Het team werkt keihard mee, treedt onvermoeid buiten hun comfort zone en leert tijdens de ‘ingreep’ week dat we ook zonder al te veel technologie waardevolle stappen kunnen en moeten maken. Tevens komen we erachter dat er juist organisatorische verandering nodig is. Wat doen we namelijk met alle verzamelde wensen van de Brabanders? Hoe koppelen we dat naar ze terug? Moeten de provinciale thematieken trouwens mee veranderen? Staat iedereen van het team wel achter deze nieuwe wisselwerking? En waarom stoten we tegen zoveel interne protocollen aan tijdens het maakproces?

Klein Brabant is een modulaire kar die ieder facet van de democratie in huis heeft: van agendapunten aankaarten en de bijbehorende aanpak verzinnen tot aan de evaluatie van die aanpak en het stemmen op de stelling. — Foto: Afdeling Buitengewone Zaken 2015

Bij veel organisaties en bedrijven wemelt het van de buzzwords als innovatie, design thinking, pilots, agile en lean, maar in de praktijk wordt er vooral veel vergaderd en moeten er van hogerhand duidelijke resultaten binnen strakke deadlines worden gehaald. Het blijkt moeilijk om ook als overheidsinstelling met alle nieuwe technologische mogelijkheden, maatschappelijke verandering en interne worstelingen nog te zien wat nu eigenlijk het doel was. Als ontwerpbureau geloven we in snel opeenvolgende interventies en prototypes die experimenteel gedachtegoed tastbaar maken en valideren met de eindgebruiker. Daarbij is het doel leidend: we willen namelijk iets verbeteren. Eén voor één gaan we na wat de belangrijkste aannames zijn die achter onze eerste ideeën, interessante trends of grote visies liggen en hoe we die kunnen testen. Zo starten we bij de kern van de innovatie. We willen namelijk snel achterhalen of de aannames kloppen voordat we het uiteindelijke idee tot in detail uitwerken.


Prototyping als proces

Die aanpak zou overheidsinstellingen overigens niet vreemd moeten zijn. In 2003 schrijven Hank Kune en Frank van Erkel in opdracht van InAxis een handleiding voor overheden betreffende Rapid Prototyping (PDF, 600KB). Tegenwoordig gebruiken we die woordencombinatie als we het hebben over het snel vervaardigen van prototypes middels 3D-printen of lasersnijden. In het artikel gaat het echter over een diepgewortelde denkwijze en handelingsmethode waarbij nieuwe overheidsproducten en diensten proefondervindelijk worden gebouwd en getest met de beoogde gebruikers vóórdat ze af zijn. De resultaten van het flexibele proces worden daarbij onder andere gebruikt om senior ambtenaren en bestuurders te overtuigen van de (on)haalbaarheid en acceptatiegraad van beoogde opties vóórdat er grootschalig wordt geïnvesteerd.

Prototypen draait daarbij niet om technologie of het goedkoop starten van een reeds vastgelegd traject. Het gaat om attitude, aandacht, reflectie op actie en doelgerichtheid, volledig verweven in een daarop ingestelde organisatie. Het is een continu holistisch proces, omdat verandering nu eenmaal een constante is. Zoals Tom Kelley van een van ‘s werelds grootste ontwerpbureaus, IDEO, al zei:

"Prototyping is problem solving. It’s a culture, and a language. You can prototype just about anything — a new product or service, or a special promotion. What counts is moving the ball forward, achieving some part of your goal. Not wasting time."

Als we prototyping als overheidsinstelling omarmen en op alle lagen laten terugkomen, dan is een proces niet langer gedreven door puur technologische of economische redenen. Er liggen dan grote kansen bij organisatorische en menselijke drijfveren. Schijnbuurtbijeenkomsten ‘omdat het moet’, digitale enquêtes ‘omdat het kan’ en bureaucratische aanvraagformulieren ‘omdat het past’, hebben dan geen plek meer binnen overheidsinstellingen. We kunnen weer menselijk te werk gaan, helder nadenken, weten wat onze overeengekomen prioriteiten zijn en als organisatie openstaan voor verandering - ook als daarvoor een aantal regels gebogen moeten worden en trajecten moeten sneuvelen.


Het doel heiligt de middelen

De grote vraag is wat bewonersparticipatie of de interactieve democratie bij de overheid precies inhoudt, en of het een doel op zich is of een middel om tot iets anders te komen. Als het betekent dat we samen met bewoners tot oplossingen komen, dan moet de organisatie daar ook voor ingericht zijn. Prototypen is flexibel zijn, en in een groter licht zijn we onze samenleving constant aan het prototypen. We ontwerpen en nemen beslissingen met telkens te weinig informatie, maar we gaan wel vooruit. We moeten als overheden spelen met de passief faciliterende en actief sturende rol al naargelang de enthousiaste of nalatige houding van de bewoners zelf. Dat betekent dat initiatieven van beide kanten een kans krijgen, maar ook getoetst kunnen worden aan het doel.

Wat dat betreft ben ik erg gecharmeerd van de opvattingen van de NSOB in het document ‘Sedimentatie in sturing’ uit 2015 (PDF, 600KB). Nederland is al lang een participatiesamenleving, nooit vanuit een beleidsconstruct om mensen meer te laten doen of inspraak te laten hebben, maar vanuit een empirische realiteit van mensen die op grote schaal, ergens in hun eigen omgeving vanuit vrijwillige inzet, publieke waarde aan de gemeenschap toevoegen. Veel instellingen die we nu publiek noemen zijn ooit begonnen als maatschappelijke organisaties. Wat er wel nieuw volgens de NSOB is, is dat er op tal van door de overheid georganiseerde domeinen, nu maatschappelijke initiatieven zijn. Mensen roeren zich in een domein waarin tot voorheen de overheid de activiteiten uitvoerde en verantwoordelijk was. Dit binnentreden in het publieke domein, zonder uitnodiging van de overheid, is een ontwikkeling die anders is en die bestaande structuren onder druk zet.

Geprikkeld door technologische mogelijkheden zien we in dat de democratie ook anders kan worden ingericht. We vullen ons arsenaal aan met participatietools en online samengestelde omgevingsvisies, maar moeten daarbij niet vergeten welk doel we voor ogen hadden. Het zijn technologische antwoorden op de verkeerde vraag. Zoals Tom Kelley van IDEO ook zei:

"The first step toward a great answer is to reframe the question."

Auteur
Jeffrey Braun
Jeffrey Braun

Jeffrey Braun (1985) is mede-oprichter en Design Director van Afdeling Buitengewone Zaken. Met zijn achtergrond in Industrieel Ontwerpen is hij ervan overtuigd dat nieuwe technologieën ons helpen een betere toekomst voor te stellen, maar dat de technologie zelf niet het antwoord op die toekomst is. Het gedrag van mensen en hun ware wensen en behoeften zijn dat wel. Het is de verantwoordelijkheid van de ontwerper om het proces te ontwikkelen en te leiden naar deze betere toekomst, maar we moeten samenwerken met andere disciplines om deze te bereiken. De laatste tijd ben ik in het bijzonder geïnteresseerd in het ontwerpen van de democratie, slimme steden en intelligente ontmoetingsplekken, maar niet op de angstige en stugge manier zoals we dat tot dusver gedaan hebben.